SOZLUK - TEKST - TUKCEDEN NL YE

Online Hollandaca Türkçe <=>Türkçe Hollandaca Sözlük
Nederlands Turks <=> Turks Nederlands Woordenboek
Sitemiz tarafindan gelistirilmisdir

Moderatörler: sansli, xmultecix

Forum kuralları
Burada yayinlanmis sozlukleri para karsiligi satmak kesinlikle yasaktir.. Alip paylasabilirsiniz. Paylasdiginiz yerlerde Lutfen http://www.dilogren.com referansini yada orijinal linkini belirtiniz...
Mezun-NL brrnyksl
Mezun-NL offline

Kullanıcı avatarı
 
Mesajlar: 128
Kayıt: 16 Eki 2007, 22:44
Turkiye_Sehir: Änkärä- Mersin
Yabanci_Ulke: Holländä - Roosendääl
Konum: AutoCirkel Bedava Araba ilan Sayfasi
İletişim:

SOZLUK - TEKST - TUKCEDEN NL YE

Mesajgönderen brrnyksl » 15 Kas 2007, 22:09

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
abla (oudere) zus 1
acaba ik vraag me af of…, soms
acele haast(ig)
acı pijn, heet, bitter
aç honger
aç= openen
açık open
açıklama uitleg, verklaring
ad naam
ada eiland
adres adres
aferin goed zo!
affet= vergeven
afiyet olsun eet smakelijk!
ağabey/abi (oudere) broer
ağaç boom
ağır zwaar, serieus
ağız mond
ağla= huilen
ağrı= pijn doen (intr.)
ağustos augustus
ahlak zeden, moraal
aile gezin
ait behorend tot
ak wit
akciğer long
akıl verstand
akıllı verstandig, slim
akraba familielid
akşam avond
al= halen, nemen
alay ironie, spot, optocht
alçak laag
alış= wennen, gewend raken aan
alıştırma oefening
alışveriş boodschappen
Allah God
alt onder(kant)
altı zes
altın goud, gouden
altmış zestig
ama maar
amaç doel, ideaal
amca oom (van vaderskant)
an moment, tel
ana/anne moeder
anahtar sleutel
anayasa grondwet
ancak pas, slechts
anla= begrijpen
anlaş= overeenkomen, afspreken
anlat= vertellen, uitleggen
anne moeder

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

apartman flatgebouw
aptal dom, idioot, stommeling
ara tussenruimte, pauze
ara= zoeken
araba auto
aralık hiaat, spatie, december
arka achter(zijde)
arkadaş vriend, vriendin
armut peer
artık (uit)eindelijk, voortaan, overblijfsel
arzu wens, verlangen
asansör lift
asker militair, soldaat
aşağı beneden, onder
at paard
at= (weg)gooien
ata voorvader
ateş vuur, koorts
avukat advocaat
ay maan, maand
ayak voet
ayakkabı schoen
aydınlık (dag)licht, helderheid
ayıp schande(lijk)
ayır= splitsen, scheiden
ayırt= uit elkaar halen, reserveren
ayna spiegel
aynı (de)zelfde, gelijk
ayran yoghurtdrank
ayrı apart
ayrıl= scheiden, uit elkaar gaan
az weinig
azal= afnemen
baba vader
bacak been
bağlı gebonden
bahar voorjaar
bahçe tuin
bahset= praten over
bak= kijken, verzorgen
bakan minister
bakım zorg, standpunt
bakkal kruidenier
baklava zoet gebak van bladerdeeg
balık vis
balkon balkon
banka bank
banyo badkamer
bardak glas
barış vrede
bas= drukken, betreden
baş hoofd, kop
başar= slagen, lukken

Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

başbakan premier
başka ander
başkent hoofdstad
başla= beginnen
başvuru aanvraag
bat= ondergaan (zon)
batı westen
bavul koffer
bay/bey heer
bayan vrouw
bayıl= flauwvallen
bayrak vlag
bazen soms
bazı sommige
bebek baby
beğen= bevallen, aanstaan, mogen
bekar ongehuwd, vrijgezel
bekle= wachten
belediye gemeente
belge document
belki misschien
belli blijkbaar, duidelijk
ben ik, moedervlek
benzer gelijk, soortgelijk
benzin benzine
beraber gezamenlijk, samen
berber kapper, barbier
beri sinds
beş vijf
bey (mijn)heer
beyaz wit
beyefendi (mijn)heer
bıçak mes
bırak= opgeven, (los)laten
biber peper, paprika
bil= weten
bile zelfs
bilet lot, biljet, ticket
biletçi kaartjesverkoper
bilgi informatie, kennis
bilgisayar computer
bin duizend
bin= instappen, bestijgen
bina gebouw
bir een, één
bira bier
biraz een beetje
biri iemand
birleşik verenigd
birlik eenheid
bisiklet fiets
bit= eindigen, aflopen
bitir= beëindigen, afmaken
3
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
biz wij
bluz blouse
boğaz keel, zeestraat
bol veel, overvloedig
borç schuld, lening
boş leeg
boy lengte, lichaam
boyun hals, nek
boz= kapot maken
bozuk kapot
bölge gewest, regio, gebied
bölüm gedeelte, hoofdstuk
börek gebak van bladerdeeg
böyle zo, op deze wijze
bu dit, deze
buçuk half (klokkijken)
bugün vandaag
bul= vinden
bulun= zich bevinden
buluş= elkaar ontmoeten
bulut wolk
burada hier
burun neus
buyur= bevelen, verordenen
buz ijs
buzdolabı koelkast
büro bureau, kantoor
bütün geheel
büyük groot
cadde straat
cami moskee
can ziel, leven
canım mijn liefje, schatje, mijn beste
canlı levend, levendig, beweeglijk
ceket colbert
cennet hemel, paradijs
cep zak
cevap antwoord
cuma vrijdag
cumartesi zaterdag
cumhuriyet republiek
cümle zin
çabuk snel
çağdaş hedendaags
çağır= roepen
çal= bespelen, stelen
çalış= werken
çalışkan ijverig
çalışma werk
çanta tas
çare oplossing
çarp= botsen, vermenigvuldigen
çarşamba woensdag
4
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
çarşı winkelstraat, bazaar
çatal vork
çay thee
çek= trekken
çeşit type, soort
çevir= omdraaien, vertalen
çevre omgeving, milieu
çeyrek kwart
çık= verlaten, uitkomen
çıkar= uittrekken, aftrekken
çıkış uitgang
çiçek bloem
çiftlik boerderij
çikolata chocolade
çirkin lelijk
çizgi streep, lijn
çocuk kind
çok veel
çorap sok, kous
çorba soep
çünkü want
dağ berg
daha nog
daima altijd, voortdurend
daire cirkel, bureau, appartement
dakika minuut
damat bruidegom, schoonzoon
dans dans
dar smal
davet uitnodiging
dayı oom (moederskant)
de= zeggen
dede opa
defa keer, maal
defter schrift
değer waarde
değil niet
değiş= veranderen
değişik verschillend, anders
delik gat
dene= (uit)proberen
deniz zee
derece niveau, graad
derhal ogenblikkelijk, onmiddellijk
derin diep
ders les
dert pijn, lijden
devam voortzetting, vervolg
devlet staat
dış buiten(kant), uiterlijk
dışarı buiten
diğer overige, andere
dikkat aandacht
5
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
dil taal, tong
dile= verzoeken, wensen
din geloof, religie
dinle= luisteren
dinlen= (uit)rusten
diş tand
doğ= geboren worden
doğa natuur
doğal natuurlijk
doğru juist, direct
doğu oosten
doğum geboorte
doksan negentig
doktor dokter
dokuz negen
dolap kast
dol= vullen
dolaş= ronddolen, zwerven
dolmuş minibus, gedeelde taxi
dolu vol
domates tomaat/en
dondurma ijs
dost vriend
dosya dossier
doy= verzadigd zijn
dön= draaien, terugkomen
dönüş terugkeer
dört vier
dudak lip
dur= stilstaan, stoppen
durak halte
durum toestand
duş douche
duvar muur
duy= horen, vernemen, voelen
duygu gevoel
düğün bruiloft
dükkan winkel
dün gisteren
dünya wereld
düş= vallen
düşman vijand
düşün= denken
düz glad, plat
eczane apotheek
efendi heer
efendim pardon, wat zegt u?, wat wilt u?, (bij het opnemen van de
telefoon:) hallo met wie spreek ik?
eğer als
eğitim onderwijs
eğlen= zich vermaken
eğlence plezier, vermaak
ek= planten, zaaien
6
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
ekim oktober
ekmek brood
eksik tekort, onvoldoende
ekşi zuur
el hand
elbette natuurlijk, toch
elbise jurk, gewaad
elçi ambassadeur, gezant
elektrik elektriciteit
elli vijftig
elma appel
emekli gepensioneerd
emin zeker
en meest, breedte
enerji energie
erkek man
erken vroeg
ertesi volgend
eser werk
eski oud
eş wederhelft, partner
eşya dingen, spullen, huisraad
et vlees
et= doen
etek rok
etraf omgeving
ev huis
evet ja
evlen= trouwen
evli gehuwd
evvel voordat
evvela aanvankelijk
eylem actie, handeling
eylül september
fabrika fabriek
faiz rente
fakat maar
fakir arm
faks fax
fakülte faculteit
fark verschil
fayda nut
fazla (te) veel
felaket ramp, tegenslag
fena slecht, erg
fırın oven, bakkerij
fiil werkwoord
fikir idee, gedachte
film film
fincan kopje
fiyat prijs
fotoğraf foto
garaj garage
7
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
galiba kennelijk, waarschijnlijk
garson ober
gazete krant
gazeteci journalist
gazino nachtclub
gece nacht
geç laat
geç= langskomen, oversteken, voorbijgaan
geçen vorig
geçir= doorbrengen
gel= komen
gelecek komende
gelin bruid, schoondochter
geliş= ontwikkelen
gemi schip
genç jong, jeugdig, tiener
gene (al)weer
genellikle in het algemeen
geniş breed
gerçek waarheid
gerek nodig, noodzakelijk
gerek= nodig/noodzakelijk zijn
geri terug
getir= (mee)brengen
gez= wandelen, bezichtigen
gibi als, zoals
gidiş vertrek
gir= binnengaan
giriş entree, binnenkomst
gişe loket
git= gaan
giy= aantrekken, kleden
giyin= zich aankleden
göğüs borst
gök hemel
göl meer (water)
gömlek overhemd
gönder= sturen
gör= zien
göre volgens
görev plicht
görüş= (be)spreken
götür= wegbrengen
göz oog
gözlük bril
gram gram
güç macht, kracht
gül roos
gül= lachen
gün dag
günaydın goedemorgen
güneş zon
güney zuiden
8
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
gündüz overdag
günlük dagelijks
gürültü lawaai
güt= hoeden
güzel mooi
haber nieuws
hafif licht
hafta week
hak recht
hakikaten inderdaad, werkelijk
haklı gelijk
hal toestand
hala tante (van vaderskant)
hâlâ nog steeds
halbuki echter, niettegenstaande
halı (vloer)kleed, tapijt
halk volk
hangi welke
hanım dame, vrouw
hanımefendi mevrouw
hani waar, welnu, waar dan, je weet wel
hareket beweging, vertrek
harita landkaart
harp oorlog
hasta ziek, zieke
hastabakıcı ziekenverzorg(st)er
hastane ziekenhuis
hat traject, linie, calligrafie
hatırla= zich herinneren
hava lucht, weer
havaalanı luchthaven
hayat leven
haydi kom op!
hayır nee, weldaad
hayvan dier
haz genot
hazır gereed, af, klaar
hazırla= (voor)bereiden, klaarmaken
hazine schat, schatkist
haziran juni
hediye cadeau
hele vooral
hem… hem zowel… als, bovendien
hemen meteen
henüz nog, tot nog toe
hep alle, altijd
her iedere
her halde in ieder geval, waarschijnlijk
herkes iedereen
hesap rekening
heyecan opwinding, sensatie
hırsız dief
hışırtı geritsel
9
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
hız snelheid
hiç (n)iets
hikaye verhaal
hisset= voelen
hoca leraar
hoş leuk, fijn, prettig
hükümet regering
hürriyet vrijheid
ısmarla= bestellen
ışık licht
iç inwendig, innerlijk, binnen(zijde)
iç= drinken
içecek drank
içeri binnen
için voor, ten behoeve van
içki alcoholische drank
idare bestuur, administratie
ihtiyaç behoefte
ihtiyar bejaard, oud
iki twee
iklim klimaat
ilaç medicijn
ile met, en
ileri naar voren, voorwaarts
ilginç interessant
ilk eerste
ilkbahar voorjaar, lente
imza handtekening
imzala= ondertekenen
in= landen, zakken, dalen, uitstappen (bus)
inan= geloven
ince dun, mager, tenger
insan mens
inşallah als God het wil
iptal opzegging
ise als is
isim naam
iskele aanlegplaats
istasyon station
iste= willen
istek wens, eis
iş werk, zaak
işçi arbeider
işit= horen
işte kijk eens hier!, zie daar!
it= duwen
iyi goed
iyilik goedheid
izin verlof, toestemming, vakantie
izle= volgen
kabul acceptatie, erkenning, aanvaarding
kaç hoeveel
kaç= vluchten, ontsnappen
10
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
kadar in de mate van
kadın vrouw
kağıt papier
kahvaltı ontbijt
kahve koffie, koffiehuis
kahverengi bruin
kalabalık druk, menigte
kal= blijven
kaldır= optillen
kale kasteel
kalem pen, potlood
kalın dik
kalk= opstaan
kalorifer verwarming
kalp hart
kan bloed
kanun wet
kapa= dichtdoen, sluiten
kapı deur
kapıcı portier, conciërge
kar sneeuw
kara zwart
karakol politiebureau
karanlık donker, duisternis
karar beslissing
kardeş broer, zus (jonger in leeftijd)
karı echtgenote, vrouw, (negatief: wijf)
karın buik
karış= bemoeien
karışık doorelkaar, gemengd, rommelig
karşı tegen
karşıla= tegemoetgaan, verwelkomen, ophalen
kasap slager
kasım november
kaş wenkbrauw
kaşık lepel
kat verdieping
kâtip schrijver, klerk, griffier
kavga ruzie
kavun (suiker)meloen
kaybet= kwijtraken
kaynak bron, las
kazan= winnen, verdienen
kazanç winst, verdienste
kebap geroosterd vlees
kedi kat
kelime woord
kendi zelf
kent stad
kere keer
kes= snijden, knippen, slachten
keyif vreugde
kır= breken, kwetsen
11
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
kırk veertig
kırmızı rood
kısa kort
kısım deel
kış winter
kıyı oever
kıyma gehakt
kız meisje, dochter
kız= boos worden
kızıl rood
kibrit lucifer
kilise kerk
kilim vloerkleed
kilo kilo
kilometre kilometer
kim wie
kimlik identiteit(sbewijs)
kimse (n)iemand
kira huur
kişi persoon
kitap boek
koca echtgenoot, man
kol arm (lichaamsdeel)
kolay eenvoudig
koltuk stoel
komşu buur
konferans conferentie
konser concert
konsolos consul
konu onderwerp
konuş= spreken
konuşma gesprek, voordracht
kork= bang zijn
koş= rennen
koy= (neer)leggen, (neer)zetten
koyu dik, stijf, donker
koyun ooi, schaap
köfte gehaktbal
kömür steenkool
köpek hond
köprü brug
köşe hoek
kötü slecht
köy dorp
köylü dorpeling
kulak oor
kullan= gebruiken
kum zand
kumaş stof
kur= oprichten, stichten
kurtar= redden
kuru droog
kuş vogel
12
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
kutla= feliciteren
kutu doos
kuvvet kracht, macht
kuzey noorden
küçük klein
kütüphane bibliotheek
lamba lamp
lazım nodig, benodigd
lezzetli smakelijk, lekker
liman haven
limon citroen
lira Turkse lire
lise lyceum
lokanta eethuisje, restaurant
lütfen alstublief
maalesef helaas
maaş loon, salaris
madem aangezien
maden delfstof
mahalle wijk
makale artikel
makina machine
mal goed, waar, eigendom
mana betekenis
manav groenteboer
manzara uitzicht, scène
mart maart
masa tafel
masraf uitgave
maşallah prima! fantastisch! schitterend!
mavi blauw
mayıs mei
meclis Tweede Kamer, parlement
mektup brief
memleket vaderland, landstreek (waar iemand vandaan komt)
memnun tevreden
memur ambtenaar
mendil zakdoek
merak nieuwsgierigheid
merdiven trap
merhaba goedendag, hallo
merkez centrum
mesele kwestie
meşgul bezig, bezet
meşhur bekend, beroemd
metre meter
mevsim jaargetijde
meydan plein
meyva/e vrucht, fruit
mezun ol= gediplomeerd zijn, afgestudeerd zijn
millet natie, volk
milyar miljard
milyon miljoen
13
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
mimar architect 690
misafir gast
mor paars, violet
mutfak keuken
mutlu gelukkig
müddet duur, poos
müdür directeur
mühendis ingenieur
mühim belangrijk
mümkün mogelijk
müracaat aanzoek, aanvraag
müsaade verlof, permissie
müslüman moslim
müşteri klant
müze museum
müzik muziek
nasıl hoe
ne wat
neden waarom, reden
nehir rivier
nerede waar
nereli waarvandaan afkomstig
niçin waarom
nisan april
nişanlı verloofd
niye waarom
nokta punt
normal normaal
numara nummer
o hij/zij/het, die, dat
ocak januari, fornuis
oda kamer
odun (brand)hout
ofis kantoor, bureau
oğlan jongen, zoon
oğul zoon
oku= lezen
okul school
ol= worden, gebeuren, zijn
olanak mogelijkheid
omuz schouder
on tien
onlar zij (3e persoon meervoud)
ordu leger
orta midden
otel hotel
otobüs bus
otomobil auto
otur= zitten, wonen
otuz dertig
oyna= spelen
oyun spel
öbür de andere
14
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
öde= betalen 743
ödev taak
öğle middag
öğren= leren
öğrenci student
öğret= onderwijzen
öğretmen onderwijzer
öl= doodgaan
ölçü maat
ölüm overlijden
ömür levensduur
ön voor(zijde)
önce eerst
önem belang
önemli belangrijk
öp= kussen
örtü kleed, bedekking
öyle zo, op die manier
öz eigen
özel speciaal
özgür onafhankelijk, vrij
özür excuus
pahalı duur
paket pakket
palto (winter)jas
pansiyon pension
pantalon, pantolon pantolon
para geld
parça deel
park park
parlak schitterend, glimmend
parmak vinger
pasaport paspoort
pasta taart
patates aardappel(len)
patron baas
pazar zondag, markt
pazartesi maandag
peki zeer goed
pembe roze
pencere raam
perde gordijn
perşembe donderdag
peynir kaas
piknik picknick
pilav rijstgerecht
pis vies, smerig
piş= koken, gaar worden
pişir= koken, bereiden
plaj strand
polis politie
portakal sinaasappel
posta post
15
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
postane postkantoor 796
profesör professor
pul postzegel, zegel
radyo radio
raf plank, rek
rağmen ondanks
rahat rustig
rahatsız onrustig, ongerust
rakı alkoholische anijsdrank, raki, "ouzo"
randevu afspraak
reçel jam
renk kleur
resim tekening, schilderij
rica verzoek
rüzgâr wind
saat uur, klok, horloge
sabah ochtend
saç haar
sade simpel
sağ rechts
sağlık gezondheid
saha veld
sahi strikt, echt
sahip eigenaar
salata salade
salı dinsdag
salon (huis)kamer
san= vermoeden, denken
sandalye stoel
sanki alsof
saray paleis
sarı geel
sat= verkopen
satıcı verkoper
satın al= kopen
savaş oorlog, strijd
say= tellen
sayfa bladzijde, pagina
sayın geachte
sebep oorzaak
sebze groente
seç= uitzoeken
sefer keer
sekiz acht
sekreter secretaresse
seksen tachtig
selam groet
sen jij
sene jaar
serbest vrij
sergi tentoonstelling
serin koel
sert hard
16
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
ses geluid
sev= houden van
sevgili lieve
sevin= blij zijn
sevinç vreugde
seyahat reis
seyret= toekijken, bekijken, (televisie) kijken
sıcak warm
sıfır nul
sık vaak, veelvuldig
sınav examen
sınıf klas
sıra rij, volgorde
sigara sigaret
simit rond broodje met sesamzaadjes
sinema bioscoop
siyah zwart
siz jullie, u
soğan ui, (bloem)bol
soğuk koud
sokak straat
sol links
son einde
sonbahar najaar, herfst
sonra later, daarna
sor= vragen
soru vraag
sorun kwestie, probleem
soyadı achternaam
söyle= zeggen
söz woord, belofte, uitspraak
sözlük woordenboek
spor sport
su water
sus= zwijgen
sür= (be)sturen, smeren, duren
süt melk
şair dichter
şaka grap
şapka hoed
şarkı liedje
şart voorwaarde
şaş= verbaasd zijn
şaşır= zich verwonderen
şehir stad
şeker suiker
şekerli met suiker, gesuikerd
şemsiye paraplu
şey ding, iets, dinges
şiir gedicht
şikayet klacht
şimdi nu
şirket firma
17
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
şiş opgezwollen
şişe fles
şoför chauffeur
şöyle zo, als volgt
şu die/dat daar
şubat februari
tabak bord
tabii natuurlijk
tahsil opleiding, studie
tahta hout, plank, schoolbord
taksi taxi
takvim kalender
tam precies, geheel
tamam af, klaar!, akkoord!
tane stuk(s)
tanı= kennen
tanış= kennismaken
Tanrı God
taraf kant, zijde, partij
tarih geschiedenis
taş steen
taşı= dragen
taşın= verhuizen
tatil vakantie
tatlı lekker, zoet, lief
tavuk kip
taze vers
tebrik felicitatie, gelukwens
tehlike gevaar
tek enig, enkel
teklif aanbod, voorstel
tekrar herhaling, weer
takrarla= herhalen
telefon telefoon
televizyon televisie
tembel lui
temiz schoon
temizle= schoonmaken
temmuz juli
tepe heuvel
tercih voorkeur
tercüme vertaling
terzi kleermaker
teşekkür dank
teyze tante (van moederskant)
tıraş het scheren
tiyatro theater
top bal
topla= verzamelen
toplantı vergadering, bijeenkomst
toprak aarde
tren trein
tuhaf vreemd, eigenaardig
18
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
turist toerist
turistik toeristisch
tut= (vast)houden
tuvalet toilet
tuz zout
tuzlu zout, gezouten
ucuz goedkoop
uç= vliegen
uçak vliegtuig
ufak klein
uğra= langsgaan
ulus natie
um= hopen
unut= vergeten
uyan= wakker worden
uygun gepast
uyku slaap
uyu= slapen
uzak ver
uzun lang
üç drie
ülke land
ümit hoop
üniversite universiteit
ünlü bekend, beroemd
üst, üzer boven(zijde)
üz= bedroeven
üzere op, om
üzül= verdriet hebben
üzüm druif
vakit tijd
vali gouverneur
vapur boot (pont in Istanbul)
var= aankomen
var aanwezig, er zijn, hebben
vatan vaderland
vazgeç= afzien van, opgeven
vaziyet omstandigheid
ve en
ver= geven
veya of
vur= slaan
ya of
yabancı vreemd, vreemdeling
yağ= neervallen
yağ olie
yağmur regen
yahut of
yak= aansteken
yakın nabij, dichtbij
yakıt brandstof
yalan leugen
yalnız alleen, echter
19
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands
yan zij, zijkant
yan= branden
yanak wang
yani namelijk, met andere woorden, dat wil zeggen
yanlış fout
yap= maken, doen
yaprak blad
yardım hulp
yarı half
yarım half, helft
yarın morgen
yasak verboden
yastık kussen
yaş leeftijd, vocht
yaşa= leven
yaşlı oud
yat= gaan liggen, naar bed gaan
yatak bed
yavaş langzaam
yaz zomer
yaz= schrijven
yazar schrijver
yazı geschrift
yazık helaas
ye= eten
yedi zeven
yeni nieuw
yer grond, plaats
yeşil groen
yet= voldoende zijn
yetiş= op tijd zijn
yetmiş zeventig
yıka= wassen
yıkan= zich wassen
yıl jaar
yine toch, weer
yirmi twintig
yiyecek etenswaar
yoğurt yoghurt
yok afwezig, er niet zijn, nee
yoksa anders
yol weg, manier
yolcu reiziger
yolculuk reis, tocht
yolla= zenden, sturen
yorgun moe
yorul= moe worden
yönetici bestuurder
yönetim leiding
yumurta ei
yumuşak zacht
yurt vaderland, (studenten)huis
yüksek hoog
20
Basiswoordenlijst Turks–Nederlands

yüksel= (op)stijgen
yürü= lopen, wandelen
yüz honderd, gezicht
yüz= zwemmen
zahmet moeite
zaman tijd
zarar schade
zarf envelop
zaten trouwens
zavallı arme stumper
zayıf zwak, mager
zengin rijk
zeytin olijf
zil bel
ziyaret bezoek
zor moeilijk
WWW.TikiCenter.TK Linklerinizi KISALTIN BURDAN Sunmadan Önce....Dugun, Nisan,her toplanti icin bizi arayiniz 0659169150

www.snuffelmarktpagina.tk - www.Autocirkel.tk - www.WerkStar.tk

Beginner matadornl
Beginner offline

 
Mesajlar: 2
Kayıt: 22 Kas 2007, 21:07
Turkiye_Sehir: karabuk
Yabanci_Ulke: hollaanda

Re: SOZLUK - TEKST - TUKCEDEN NL YE

Mesajgönderen matadornl » 16 Oca 2008, 16:35

TESEKKUR EDERIM COK ISIME YARIYACAK


“Hollandaca Turkce Sozluk - Woordenboek” sayfasına dön

Kimler çevrimiçi

Bu forumu görüntüleyen kullanıcılar: Hiç bir kayıtlı kullanıcı yok ve 2 misafir

cron